Belinda web
Image default
Auto's en Motoren

De geschiedenis van vervoersmiddelen

Vervoeren wordt gedefinieerd als van de ene plaats naar de andere brengen. Dit vervoeren wordt al eeuwen gedaan; op allerlei manieren hebben mensen zich over de jaren heen van A naar B weten te brengen. Van auto tot fiets: ooit zijn deze vervoersmiddelen bedacht en voor het eerst in gebruik genomen. In deze blog lees je meer over de geschiedenis van vervoersmiddelen.

De fiets

In 1790 werd de loopfiets uitgevonden. Dit was de eerste voorganger van de fiets hoe we hem nu kennen. De loopfiets was niet voorzien van trappers, een beweegbaar stuur noch remmen. In de jaren die volgden werd de fiets steeds meer uitgebreid en werd praktischer én comfortabeler gemaakt. In deze tijden waren fietsen alleen iets wat rijke mensen gebruikte. Het was namelijk best een kostbaar ding. Ze werden vooral gebruikt op zondagen om er als entertainment een stukje op te rijden.

De handkar

Vanaf de vijftiger jaren van de negentiende eeuw tot kort na de Tweede Wereldoorlog werd er veel gebruik gemaakt van handkarren. Dit ware een soort tweewielige kruiwagens met in plaats van een kuip, een plateau, waarop waren geplaatst konden worden. Op deze kar werden bijvoorbeeld marktwaarden tentoongesteld. Later werd de handkar vervangen door bijvoorbeeld de bakfiets en de bestelwagen.

De hondenkar

Eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw, werd er veel gebruik gemaakt van hondenkarren. Deze karren werden voornamelijk gebruikt door handelaren die er hun waren in vervoerden. Het was vaak een tweewielig voertuig met boven de wielen een bak met ruimte voor waren. Voor de wielen waren twee honden gepositioneerd, die de kar vooruit trokken. Rond het midden van de negentiende eeuw waren de wegen nog te slecht om goed gebruik te kunnen maken van de hondenkar. Toen er rond de vijftiger jaren van de negentiende eeuw vlakke wegen aangelegd waren, werd de hondenkar steeds vaker ingezet. In 1910 werd er een trekhondenwet aangesteld, waardoor je een vergunning moest hebben om een hondenkar te mogen gebruiken. Hiermee verdween de populariteit van de hondenkar. In 1962 werd de hondenkar uiteindelijk verboden.

Paard en wagen

Waar het gebruik van paard en wagen in Nederland tegenwoordig meer als entertainment wordt ingezet, vormde het vroeger een belangrijk vervoersmiddel. Zo gebruikten boeren het om de oogst mee te vervoeren,  bakkers, melkboeren en groenteboeren om hun producten in rond te brengen en andere mensen gebruikten het om zichzelf ermee te vervoeren. De combinatie van paard en wagen heeft het lang volgehouden, maar op een gegeven moment werd het straatbeeld overgenomen door gemotoriseerd verkeer.

Motoren

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de eerste motorfiets gebouwd is. Waarschijnlijk is dit rond het midden van de negentiende eeuw gebeurd. Ze hadden toen vaak nog een houten frame met een stoommotor, die al snel vervangen werd door een benzinemotor. Ze reden zo’n 12 tot 18 kilometer per uur. Dat haal je tegenwoordig makkelijk op de fiets!

De auto

In 1886 werd door de Duitse ingenieur Carl Benz het octrooi aangevraagd voor de eerste auto ter wereld. Deze auto had drie wielen en werd aangedreven door een viertakt benzinemotor, die 0,75 pk kon leveren. De auto-industrie begon te ontstaan en steeds meer auto’s werden gebouwd en in gebruik genomen. Een auto bezitten was niet voor iedereen weggelegd. Alleen de rijkste mensen reden in auto’s. Het was immers een erg kostbare bezitting. Daarnaast vonden mensen auto’s in de eerste jaren erg gevaarlijk. Geloof het of niet, maar de eerste modellen gingen maar zo’n 30 kilometer per uur.