Een zakelijk mobiel abonnement is voor veel werknemers een vanzelfsprekendheid. Ook wanneer men niet voor het werk moet bellen, wordt een GSM van de zaak gezien als een verworven recht. De belastingdienst denkt daar anders over en neemt dit mee in de totale vrije besteding door de werkgever. Zodoende gaat de zakelijk mobiel ten koste van een opleiding, bedrijfsuitje of de fiets van de zaak.

Aan de andere kant rust er een zekere morele verplichting op het bereikbaar zijn voor de werkgever. De werknemer heeft tenslotte een GSM van het werk, dus moet men ook opnemen als de werkgever belt. Daar zit voor een hoop mensen een zekere vorm van wrevel. Als je er niet aan mee wilt werken, dan moet je de GSM uit zetten. Alleen doen mensen dit niet graag, want de mobiel wordt natuurlijk ook voor privé zaken gebruikt. 

Wanneer de werkgever geen flatfee abonnement heeft afgesproken, kunnen er aan het einde van de maand verrassingen ontstaan. Wanneer de provider een gepeperde factuur op het bureau ligt om te betalen. Dan blijkt dat de brave werknemer tijdens het weekend en vakanties ook rustig naar de hele wereld belt. Of wat te denken van mobiele roaming. Een GSM is te eenvoudig en daarom heeft de medewerker doorgaans een smartphone. Deze is voorzien van allerlei praktische, bandbreedt vretende apps. Werkgevers proberen een slim alternatief te bedenken, waarbij dienstverleners in de markt hele praktische hulpmiddelen beschikbaar stellen. Zij gaan zover dat ze de facturen van de telecomproviders doorspitten opzoek naar besparingen. Een percentage van de besparing is datgene wat men declareert als vergoeding. Zodoende is het voor de werkgever een ‘nul operatie’.

In België zijn medewerkers minder blij met een mobiel van de zaak. Zij zijn dit jaarlijks terug op de belastingbrief, waar de mobiel wordt neergezet bij ‘voordeel van alle aard’. Een verkapte vorm van verloning, waar de belastingdienst ook graag van profiteert…